Op een camping is het een komen en gaan. Wij behoren tot de vaste gasten. Elk seizoen zien we bekenden terug, nemen afscheid van vertrekkers en begroeten nieuwe buren. Zo begint er steeds weer een nieuw verhaal.
Ook onze dagen kennen hun vaste ritme. Ontbijten. De krant lezen. Een wandeling. Een praatje hier en daar.
Opvallend genoeg lees ik de krant anders dan vroeger. Het grote wereldnieuws raakt me steeds minder. Niet omdat het me onverschillig laat, maar omdat de kleine verhalen dichterbij komen. Het overlijden van één jong mens kan me meer aangrijpen dan de duizenden slachtoffers van een ramp aan de andere kant van de wereld.
Na een paar weken verschijnt er een nieuwe combinatie naast ons. Een keurige caravan, een nette auto. Behendig zet de man alles op zijn plaats. De luifel draait uit, de stoelen komen naar buiten en even later schudden we elkaar de hand.
Zijn vrouw vertelt dat ze een week blijft. Haar man werkt door; zij redt zich wel. Ze leest graag en neemt altijd een handwerkje mee.
Als ze later het veld oversteekt, valt me iets op. Ze loopt moeizaam. Alsof iedere stap eerst toestemming moet krijgen.
Die avond zit ze met haar breiwerk voor de caravan. We nodigen haar uit voor een drankje.
Zoals dat op een camping gaat, komt een gesprek vanzelf op gang. Zonder haast. Zonder plan.
Ze vertelt over vroeger. Over een tijd waarin de ziekte nog geen plaats in haar leven had. Over haar man, met wie ze al bijna veertig jaar lief en leed deelt. Over kinderen die hun eigen weg gingen, soms dichtbij kwamen en daarna weer verder trokken.
Meer vertelt ze eigenlijk niet.
Maar tussen haar woorden hoor ik iets anders.
Berusting?
Geen zelfbeklag. Geen waarom. Geen boosheid over wat haar is overkomen. Ze lijkt vrede te hebben gesloten met wat niet meer verandert. Ze leeft niet in gisteren en verlangt niet naar morgen. Ze leeft vandaag.
Dat zie ik terug op haar laatste avond.
Een countryband speelt op het terras. Eerst tikt voorzichtig een voet mee op de muziek. Daarna staat ze op. Ze danst.
Niet soepel.
Niet lang.
Maar wel met een glimlach die alles zegt.
Even verliest de pijn.
Even vergeet haar lichaam wat het niet meer kan.
De volgende ochtend vertrekken ze.
Twee dagen later arriveren nieuwe buren.
Mijn nieuwe buurvrouw stapt energiek uit de auto. Haar passen zijn stevig, haar stem draagt moeiteloos over het veld. Haar man loopt af en aan met tafels, stoelen en haringen. Zij wijst aan waar alles moet komen.
Ik kijk een tijdje zwijgend toe.
En ineens mis ik de vrouw die moeite had met lopen.
Ze liep wankel
Maar zelden zag ik iemand die steviger in het leven stond.
Ik mis haar.
