Toen ik veertig was, kon het leven niet op.
Veertig is een leeftijd van spierballen zonder ze te hoeven laten zien. Je bént het gewoon. Nog veertig jaar te gaan tot je tachtig bent – als je tenminste “de sterken” haalt, zoals de dichter van de Bijbel het formuleert. Dat is iets voor later. Voor oude mensen. Niet voor jou.
Op je veertigste ben je niet oud. Je bent nodig.
Man. Vader. Ondernemer. Actief in de kerk. Sociaal betrokken. Agenda vol. Hoofd vol. Hart vol. Alles met honderd procent inzet. En daaronder die vaste overtuiging: dat kan ik wel.
Tot je lichaam op een dag geen overleg meer pleegt.
Het zegt geen: “Misschien moet je wat rustiger aan doen.”
Het zegt: genoeg.
En dan blijkt dat je niet onmisbaar bent. Dat het bedrijf doordraait. Dat vergaderingen ook zonder jou plaatsvinden. Dat de wereld niet instort. Alleen je zelfbeeld krijgt een barst.
Daar gaan ze dan: de jaren van herstel. Jaren die je eerst verloren noemt. Want je produceert minder. Je betekent minder. Je presteert minder.
Maar misschien bén je meer.
Want ergens tussen de beperkingen en de stiltes gebeurt iets wat je op je veertigste niet kon verdragen: er komt ruimte.
Ruimte om te kijken.
Naar je vrouw, verdiept in een tijdschrift, alsof dat het belangrijkste van de dag is.
Naar een koolmees met een rups in zijn snavel.
Naar een ooievaar die moeiteloos zweeft op de thermiek.
Naar een kind dat dribbelend naast haar moeder loopt, kleine pasjes, groot vertrouwen.
Naar een dauwdruppel op een grasspriet – iets wat je vroeger alleen zag als je haast had en het je stoorde.
Op je tachtigste ontdek je dat niet alles opgelost hoeft te worden. Dat niet elke vraag een antwoord vraagt. Dat God zich vaker verstopt in het kleine dan in het spectaculaire.
En je merkt nog iets: jongeren luisteren beleefd. Ze knikken. Ze denken waarschijnlijk: dat zal wel. Om over twintig jaar misschien te mompelen: hij had toch gelijk.
Veertig wil het leven beheersen.
Tachtig leert het ontvangen.
Veertig denkt dat hij het leven draagt.
Tachtig weet dat hij zelf gedragen wordt.
Je bent een bevoorrecht mens als je oud genoeg mag worden om dat verschil te ontdekken.
