Op hem ben ik jaloers. Zo dicht bij God leven… wandelen met Hem. Een verlangen dat ik al lang ken.
Misschien komt het omdat ik dacht hem ooit te hebben gezien.
Kijk maar mee.
Voor mij uitstarend zat ik op Tenerife, de zon op mijn huid. Bergen en rotsen om me heen, hier en daar begroeid met cactussen en struiken. Aan mijn voeten bloeide de bougainville. Mijn ogen zochten de horizon af.
In de verte zag ik een man lopen, alleen. Af en toe stond hij stil, keek om zich heen. Ik moest toen aan Henoch denken.
Een grote man, in een gewaad, met een lange baard. Vijfenzestig jaar was hij toen zijn eerste zoon werd geboren. Henoch… hij wandelde met God.
Wandelen met God… hoe doe je dat? Mijn gedachten liet ik de vrije loop.
De man stond stil, bewoog zijn lippen. Het leek alsof hij met God sprak zoals een kind met zijn vader. Hij vertelde wat hij had gehoord over Adam en Eva, over het paradijs dat er ooit was, over hoe mensen met God spraken, totdat de angst alles verbrak.
“Weet U, God,” zei Henoch, “weet U hoe ik verlang naar het verloren paradijs?”
God hoorde hem.
Henoch bukte zich, snoof de geur van bloemen op. Ondanks doornen en distels zong de schepping nog.
Maar de mensen? Ze liepen hun eigen weg.
Gefascineerd keek ik hoe Henoch op een rotsblok ging zitten. Zijn ogen staarden in de verte. Eerst zacht, toen luider, hoorde ik hem zingen. Zijn gezicht omhoog geheven, de wind speelde door zijn grijze baard. In die melodie en dat lied lagen al zijn verlangen opgesloten.
Het bleef in mijn hoofd hangen. Ik raakte het niet kwijt.
Thuis zocht ik in de psalmen, naar het lied. Maar vond het niet.
Niets kwam overeen met wat ik had gehoord.
Die melodie zo zuiver, zo gaaf, omhoog gedragen door de wind.
Toen het stil werd, keek ik naar de rots. Hij was leeg. Henoch… verdwenen. Hij had zijn lied gevolgd, hoger en hoger…
Toen was hij bij God.
Abonneer
0 Reacties
Oudste
