Yvonne

Yvonne

Zittend voor de caravan heb ik het gezicht op haar. Zachtjes hoor ik de breipennen tikken. Insteken, draad omslaan, doorhalen, af latengaan. Voelt ze dat ik haar opneem?
Ze lacht ineens onzeker.
Onzeker, dat gevoel beheerst haar. Het verdwijnt een beetje op de camping, zegt haar man. Hier voelt ze zich prettiger dan thuis. Thuis gaan er de laatste tijd steeds meer dingen fout. De stofzuiger die niet wil zuigen. Het deurtje van de wasmachine dat niet meer open wil. Dan voelt ze zich machteloos en slaat haar stemming om. Karel, haar man, steunt haar waar hij maar kan. Maar hij ziet ook dat alles steeds moeizamer gaat.

‘Yvon’ roep ik,‘ wordt het snel winter? Je breit alsof je leven er van af hangt.’
Ze lacht en steekt spontaan haar breiwerk de lucht in. Roze stroken afgewisseld door witte vlakken. ‘Wordt mooi’, roep ik. Ze lacht.
Ze leert me een beetje kennen. Vindt het wel leuk als ik plaag. Maar misschien is het ook de aandacht die ze zo krijgt. Twee ‘slechte’ huwelijken gaan een mens niet in de koude kleren zitten. Als daar dan iemand aandacht aan haar schenkt, ook al is die geplaagd, dan voelt het als een warme douche. Dat iets van vrouwelijke ijdelheid nog steeds aanwezig is, komt naar boven als ze mij een foto van vroeger laat zien. Zij typend achter een schrijfmachine.
Van haar man hoor ik dat ze morgen jarig is. Aan de luifel hangt hij een paar ballonnen op. Als ik haar de volgende dag feliciteer vraag ik naar haar leeftijd. ‘Vierenzeventig’, zegt Karel. Ze knikt instemmend.

Bloemen op de caravandeur

Klik op de foto voor vergroting

Als ik haar even later een boekje van mijn gebundelde columns geef, is ze stil van verbazing. Rood bedekt haar gezicht. Spontaan slaat ze haar armen om mij heen en kust mij op mijn wang. Het boekje gaat van hand tot hand bij de visite die langs komt. ’Ja van mijn buurman, zo lief!’
Twee dagen later komt ze naar mij toe. In haar hand een uitgeknipte pagina uit een tijdschrift.
‘Voor je vrouw’, zegt ze. Mooie bloemen kleuren de pagina.
Karel vertelt me later dat ze geroerd was door het lezen van een verhaal. Tussen de regels door had ze het verdriet geproefd wat ons was overkomen. Dit was haar gebaar van troosten. Ik heb het plaatje aan de binnenkant van de caravandeur geplakt.

Mensen kunnen soms niet alles meer goed op een rij krijgen. Maar bij vlagen, komt ineens de ware aard weer naar boven.  Ik proef liefde.