Verkeersbord

Verkeersbord

Zie ze gaan. Een vader en een moeder, met hun twee kinderen. Gewoon een dagje uit.
Vader had een idee.
Naar de haven, de schepen zien die daar liggen.
En natuurlijk een ijsje of wie weet een zakje patat.
Feest.
De kinderen springen en huppelen door de winkelstraat.
Kees, de oudste laat de verschillende reclameborden onderweg even zwiepen.
Marloes, haar mondje staat niet stil, flapt er van alles uit. Wat ze ziet benoemt ze.
“Mam”, fluistert ze, “die mevrouw is veel dikker dan jij bent.”
“Sst”, zegt mam.
“Pap, hier moeten we rechtsaf hè?”, roept Marloes.
Ze pakt de hand van haar vader beet en loopt de straat in.
“Nee”, zegt moeder, “we moeten rechtdoor.”
Maar de vader zegt: “Lopen jullie maar door, wij komen zo.”
De vrouw kijkt haar man niet begrijpend aan.
“We moeten toch…?”
De man knikt en zegt: “Ga maar we komen zo.,” Hij loopt met zijn dochter de straat in.
Na ongeveer tweehonderd meter kunnen ze niet verder.
De straat loopt namelijk dood.
De vader loopt met zijn dochtertje weer terug en zegt aan het begin van de straat:
“Pappa zal je wat vertellen.
Zie je dat bord hier rechts, aan het begin van de straat?”
Hij wijst naar het blauwe bord, met in het midden een lange witte streep met aan het eind een rood vlak. “Zie je dat?”
Marloes knikt en de vader zegt: “Zo’n bord betekent dat de weg niet doorloopt. Zodat de mensen dat van tevoren kunnen weten. Daarom plaatsen ze aan het begin van de straat zo’n bord. Begrijp je? “
Marloes knikt.
Ze pakt de hand weer van haar vader en snel lopen ze door. Achter mamma en Kees aan.
Even verderop kijkt Marloes naar rechts.
Ze wijst op het blauwe bord en zegt: “Hier moeten we niet in hè pappa?”
De vader, een nog jonge dominee, zegt: “Goed hoor. Je hebt het begrepen. Doodlopende wegen brengen je nergens.”

Even later pikt een meeuw een gevallen frietje van de grond op.

Geef een reactie