Op de uitkijk

Op de uitkijk

Met mijn mondkapje voor stap ik de supermarkt binnen. Zet mijn kar onder de automatische cleaner,  steek daarna mijn handen in twee gaten en voel enkele druppels op mijn handen vallen.
Zo, ik ben klaar om van start te gaan.
Ik pak mijn boodschappenbriefje uit mijn zak, maar het lijkt alsof dichte mist mij in de greep krijgt. Ik kan het verschil tussen de mandarijnen en de sinaasappelen niet meer onderscheiden. Ik zet mijn bril af. Maar kan dan het meegebrachte boodschappenbriefje niet lezen. Zie wel kriebels, letters, staan, maar kan er geen woorden van maken.  Het moet karnemelk zijn, maar hoeveel deze week? Het gaat niet, dus laat ik het kapje een beetje zakken en zet mijn bril weer op. Zo gaat het beter.
Corona, het heeft zijn beperkingen, maar tot nog toe is er mee te leven. Het went op de een of andere manier. Dat blijkt. Las ik eerst alles in kranten wat met corona te maken had, nu vaak alleen de koppen nog.

Weer terug in mijn werkkamer pak ik de draad van mijn bezigheden weer op. Ik bel mensen op met de vraag, of ze het blad ‘Elisabeth’ willen doorlezen. De reacties zijn divers. Soms is het een aanloop tot een gesprek.
“We leven in de eindtijd meneer,” hoor ik een mevrouw door de telefoon zeggen. “Je kan het niet duidelijker krijgen. Jezus komt gauw terug.”

Zinnen uit de bijbel, niemand weet het uur of de dag- als een dief in de nacht- bij God zijn duizend jaren als een dag- alleen de Vader weet wanneer, schieten als rakketten door mijn hoofd.
Met daarbij in een flits: kijk ik er zelf naar uit? Ik heb voor mij nog een bellijst met meer dan honderd telefoonnummers liggen. En ik heb in het najaar mest gehaald voor de groentetuin. En we hebben net een tekening binnen gekregen voor een nieuwe keuken.

Wacht, wat hoor ik die mevrouw verder zeggen?  Een dominee had onlangs in de preek Dick voor het voetlicht gehaald. Dick woont samen met andere mensen, met een verstandelijke beperking, in een groot appartement. En elke morgen na het eten gaat Dick voor het raam staan. Veegt zijn bril af en tuurt de verte in. Daar staat hij dan, op de uitkijk, om te zien of Jezus er al aan komt. Het is zijn vaste gewoonte. De leiding weet het. Ook wat hij altijd zegt: “Nee, misschien morgen.”
Het is maar door welke bril je kijkt, had de dominee zijn preek mee afgesloten.

Het blijft even stil in de lijn. Wacht ze op instemming van mijn kant? Ik schraap mijn keel, maar weet niet wat ik zeggen moet. Het overvalt me een beetje. Ik was met mijn gedachten helemaal gericht op het binnenhalen van abonnees. Zodat ons blad veel mensen tot zegen kan zijn.

Ja natuurlijk, het hangt ervan af met welke bril je het leest.