Naar Bethlehem

Naar Bethlehem

Sven hoort treinen stoppen en even later weer doorrijden. Een vertrouwd geluid. Het huis waarin hij woont, staat dicht aan het spoor.
Drie jaar woont hij bij zijn ‘nieuwe’ vader en moeder. Zijn echte moeder kon niet goed voor hem zorgen, is hem verteld. Hij heeft nu drie grote broers die hem helpen als hij gepest wordt op school.
Sven vindt school geweldig. Hij heeft er een vriendje die Daan heet. En juf is heel aardig. Als ze gaat vertellen, begint ze heel zachtjes te praten, en iedereen is dan stil.
Die morgen vertelt juf over Jozef en Maria. Maria, die op een ezel zit en een verre reis moet maken. Maria kan niet zo lang meer lopen, want in haar buik zit een kindje.
Sven wordt helemaal meegetrokken in het verhaal. En hij kan er niet bij, dat alleen de herders het kindje Jezus in de kribbe hebben opgezocht.
Die avond in bed komt er een plannetje bij hem naar boven. Het kindje Jezus zal nog niet oud zijn. Juf heeft vanmorgen verteld dat hij geboren is. Als hij nu eens…?
In Groningen fietst een man door de verlaten straten naar het station. Het is nog donker en zijn dienst begint om acht uur. Het is de rit naar Amsterdam, retour Groningen. Het zal een rustige reis zijn zo vlak na Kerst.
De trein vertrekt om 8.00 uur vanaf spoor twee, richting Amsterdam. Omdat er weinig passagiers zijn ingestapt, blijft Timmerman zijn krantje nog even lezen.
De trein maakt een korte stop in Assen, om daarna door te rijden naar Hoogeveen. Als de trein weer op snelheid is, loopt Timmerman de coupés door. Vervoersbewijzen worden gecontroleerd en na mensen een goede reis te hebben gewenst, stapt Timmerman de laatste coupé binnen. Een wat op ouder echtpaar zit te kletsen met een jongetje voor hen. Hij vertelt dat hij vijf jaar is, en al naar school gaat.
Timmerman geeft de vervoersbewijzen terug en vraagt het jongetje, of hij met zijn opa en oma reist. Het jongetje schudt zijn hoofd en kijkt naar beneden. Timmermans gevoel zegt hem, dat er iets niet klopt, en vraagt door. Even later beginnen dikke tranen naar beneden te rollen. Na enige tijd hoort de conducteur wat er gebeurd is.
Het verhaal dat Juf op school verteld heeft, en dat hij naar Bethlehem wil gaan. En dat hij vanmorgen gewacht heeft, tot de trein zou stoppen. Hij haalt een knuffel van onder zijn jas vandaan. Die is voor het kindje.
Na telefonisch overleg met de ouders van Sven- die niet weten wat ze horen- zegt Timmerman hen toe, dat hij op de terugweg Sven weer zal laten uitstappen in Assen.
Bij het aankoppelen van de wagons in Amsterdam, vraagt Timmerman aan zijn collega, of hij wel eens kijkt naar de serie: ‘ Home Alone’ op de TV. Zegt dan: “wij hebben een broertje van Kevin in de trein zitten. We moeten hem in het oog houden, ik heb zijn ouders beloofd om hem in Assen weer over te dragen.”
“Is hij per ongeluk in de verkeerde trein gestapt?,” vraagt de ander. In enkele woorden vertelt Timmerman het verhaal. Sven kan dan wel geen hoogvlieger zijn, maar ondernemend is hij wel.

De trein glijdt langzaam langs de spoorbomen van de overgang in Assen, als Sven tegen de conducteur die naast hem zit, roept: “Dat is ons huis. Dat witte daar.”
Timmerman probeert snel de tekst op de woning te lezen. Ziet hij het goed? Zachtjes speldt hij
het woord. ‘Perrongeluk.’

Geef een reactie