Engelen

Engelen

In de Bijbel kom je ze tegen. Verhalen over engelen, soms in de gedaante van mensen.
Bekend is het verhaal van Abraham. Als je het leest zie je het gebeuren.
Het is warm, de zon brandt. Vaak zit Abraham onder de boom, die voor de ingang van zijn tent staat. Nu niet, want de zon prikt door het bladerdak heen. Zo zit hij die middag wat te suffen in de ingang van de tent. Sara is in de andere tent bezig.
Ineens staan daar drie mannen bij hem. U kent waarschijnlijk de rest van het verhaal.

Engelen, in de gedaante van mannen, kwamen bij Lot in Sodom aan.
Toen Jezus naar de hemel ging, waren er engelen, die tegen de discipelen spraken.
Genoeg voorbeelden.

Ik weet niet of er in uw leven wel eens een engel op bezoek kwam.
Misschien terwijl u bezig was met uw stille tijd.
Of vergaat het u als mij, dat er wel een verlangen is, maar dat het nooit is vervuld?
Het zal je maar gebeuren zeg.

Het is warm.
De thermometer, geplaatst op een reclamezuil, geeft 23 graden aan. De wind voelt lauw aan.
Je kunt de branding van de zee horen en op het grote plein ervoor lopen vakantiegangers alle kanten op. De terrasjes zitten vol. Op de tafels prijken grote glazen bier. Een halve liter wordt zo maar weggedronken. Mijn ogen nemen het waar, terwijl mijn vrouw naast me loopt.
Dan ineens wordt mijn blik naar links getrokken.

Douwe met een nep engelDaar zit ze.
Haar vleugels omhoog. Met op de achtergrond twee palmbomen. Als je niet beter wist, zou je denken dat ze net is neergedaald. Maar de mensen lopen aan haar voorbij.
Een engel?
Die bestaan niet. Kom toch.
Een enkele twijfelaar gooit een muntje in het bakje dat voor haar staat.
Ik laat de hand van mijn vrouw los.
Loop naar de engel en kijk haar aan. Ik zie een ooglid lichtjes trillen. Ogen nemen mij op.
Het kind in mij wordt wakker.
Geloven als een kind is ineens niet moeilijk.
Beeldendienst en beeldenstorm zijn iets van vroeger.
Ik leg mijn hand op haar knie.
Een glimlach siert het goud geverfde gezicht.
Haar hand beroert mijn grijze haren.
Mijn vrouw legt het gebeuren vast.

Eenmaal thuis bekijk ik de foto.
Geluksgevoel dringt aan me op.
Als een ‘nepengel’ dit teweeg kan brengen, wat ligt er dan in de toekomst op mij te wachten?
Wie zal zeggen wanneer?

Geef een reactie