En de boer…

En de boer…

De stilte voelt goed.
Het donker sluipt langzaam op kousenvoeten naderbij.
Ze merkt het niet. Gedachten buitelen over elkaar heen.

Drie jaar alweer.
Het is alsof het gisteren gebeurd was.
Ineens was de trekker stil blijven staan.
De boer ploegde, …. tot zijn hart ophield met kloppen.
In het harnas gestorven. Zo werd het gezegd.
De film draait opnieuw.
De consternatie. De ambulance. De begrafenis.
De mensen om haar heen. Het verdriet van haar kinderen.
Ze zucht.
Volgende week gaat haar dochter trouwen.
Haar broer brengt haar de kerk in, inplaats van haar man.
Haar blik gaat naar boven.
De eerste sterren zoeken hun plek aan de hemel op.
De meesten nog klein en wazig.
Maar één ervan straalt.
Een rare gedachte komt zo maar bij haar naar boven.
Het is alsof Bennie, vanuit de hemel, haar bemoedigend aankijkt.
Haar wil troosten.
Een paar dagen later, het is avond, zit haar kleinzoon naast haar.
Al weer vijf jaar.
“Oma, wat ben je stil,” zegt hij.
Oma, verrast door de opmerking, lacht een beetje onzeker.
“Ik zat aan opa te denken.”
Dan: “zie die ster recht voor je uit?”
Daans ogen zoeken de hemel af.
“Daar,” zegt oma, “rechts van de eikenboom.”
“Ja”, roept Daan, “ik zie hem.”
“Weet je,” zegt Oma, “als ik hier zo zit en naar die ster kijk, heb ik het gevoel dat opa naar mij kijkt.”
Daan knijpt zijn ogen een beetje dicht en denkt na. Ineens vraagt hij: “Oma, is daar dan de ingang van de hemel?”
Opnieuw tuurt hij naar de ster.
Het licht dringt zijn lens binnen.
Het schittert.
Dan: “Ik denk dat ik opa zie, hij heeft een geruit overhemd aan.”
Oma kan zich het overhemd zo voor de geest halen. Hoe vaak heeft ze die niet aan de waslijn gehangen.
Als even later de klompjes aan Daans voeten huiswaarts gaan, speelt er oma’s mond een lichte trilling.
“Ik mis je Bennie,” fluistert ze zacht.

Geef een reactie