Brief aan mijn moeder

Brief aan mijn moeder

Mijn moeder

De laatste avond dat ik bij u zat voor uw sterven, moeder, zal ik nooit vergeten. Achteraf heb ik spijt dat ik toen niet meer gevraagd heb. Want u voelde dat het niet lang meer zou duren. Waarom zei u anders: “Je weet niet van wie je nog afscheid kunt nemen.”
Ik had willen vragen: hoe voelt het als het afscheid zo dichtbij komt. Was u bang, of vol verlangen misschien.
Ik durfde niet met mijn vragen te komen. De emoties zouden voor ons allebei te veel geworden zijn. Denk ik.
Ik weet het nog.
We zaten hand in hand.
U was heel rustig.
Veel spraken we niet. Vaak sloot u even uw ogen. Wat was u moe.
Afscheid nemen? We deden het, maar zonder woorden. Of wilde ik niet toegeven aan de gedachte u te moeten missen?
Ik weet het niet.
Men zegt wel eens tegen mij, dat ik te veel streef naar harmonie. Dat ik conflicten uit de weg ga. Bang om een ander te kwetsen. Het zit in mij gebakken. Ik had u wel eens willen vragen, heb ik dit van u? Kwam u zelf wel tot uw recht? Je had een sterke man naast u staan.
Was hij wel eens te sterk?
Was zijn karakter mee gevormd door zijn eigen opvoeding?
Had zijn oorlogservaring er mee te maken?
Wat zou ik graag nog eens met u dingen willen doornemen.
Bij de begrafenis heb ik op verzoek van vader gesproken. U neergezet zoals u voor mij en de andere kinderen als moeder bent geweest.
Een jaar later ontspoorde de trein. Spanningen, opgehoopt in voorgaande jaren, werden me te veel. Het heeft jaren geduurd voordat ik alles weer op de rails heb gekregen.
Misschien ligt het mee aan mijn karakter.
We zijn nu ongeveer twintig jaar verder.
Het gaat goed met mij.
Maar nu ik deze brief schrijf, mis ik de band met u die we hadden. Wat zou ik nog graag eens tegen u zeggen: “Moeder ik houd van u.”
Maar dat wist u.
Het is goed zo, maar heimwee ligt altijd binnen bereik.

Uw zoon

Geef een reactie