Toespraken

 

Home Over Douwe Presentatie Boeken

Columns En verder... Contact
 

 


 

 

Toespraken

 

 

 

Hier wordt aan gewerkt, dus meer volgt binnenkort

 

Toespraak familie, vrienden Leonardine

 

 

Familie, vrienden van zuster Leonardine, geachte aanwezigen.

 

Het is met een zekere schroom dat ik hier sta.

Velen onder u weten en kunnen veel meer over zuster Leonardine vertellen dan ik.

Onze vriendschap telt nog maar enkele jaren.

Maar die was intens.

 

We zijn hier bij elkaar om haar te gedenken en haar naar de laatste rustplaats te begeleiden.

Ieder vervuld van eigen gedachten.

Enkele van mij wil ik hier uitspreken.

 

Een artikel dat ik eens schreef in de Elisabethbode, werd de aanleiding tot ons contact.

Eerst oppervlakkig en algemeen, maar snel in de loop der tijd, steeds dieper.

Ze leefde met mij mee.

Met mijn kinderen en kleinkinderen.

Ze hadden een plekje in haar hart.

En in haar dagelijks gebed.

Want bidden, dat was haar stiel, schreef ze me eens.

"Ik bid voor jou en je lieve vrouw."

En ik weet voor velen onder ons.

Ze had een groot hart.

Moeder van veel kinderen.

Als ik haar leven zou moeten karakteriseren, zou het in een woord te vatten zijn, opofferen.

Non worden en alle verlangens van vrouw zijn daar ondergeschikt aan maken.

Openstaan voor anderen, wie van u heeft geen luisterend oor en meeleven geproefd.

Wie niet, zou ik willen vragen.

Openstaan voor de wereld om haar heen in alle facetten.

Een dominee die gelooft in een God die niet bestaat.

Hoe kan dit?

Kinderen van ouders die het geloof en kerk niet veel meer zegt.

Ik probeer ze te begrijpen, vertelde ze me.

En bid voor ze.

De laatste jaren van haar leven waren niet gemakkelijk.

Los van haar vertrouwde omgeving.

Haar tuintje en haar buurt.

In een tehuis waar ouderdom en gebreken zichtbaar aanwezig waren.

Terwijl haar geest nog zo helder en scherp was.

Een enkele keer klaagde ze, om daarna te zeggen; zuster V.d. Meulen, je moet niet zeuren.

 

In ons contact speelden twee dingen altijd een rol.

Ze was trots als er in de EB een verhaal van mij stond afgedrukt.

Een enkele keer ging het over haar.

Dan moesten de andere zusters het ook lezen.

Kijk, dat heeft mijn Douwe geschreven, zei ze dan.

Eenmaal kreeg ik een berisping.

In het verhaal kwam God niet voor.

Dat is niet goed jonkie, sprak ze door de telefoon.

En de andere kwestie die vaak speelde; ze vond dat de Heer haar wel mocht halen.

Ze was verzadigd van het leven.

Bijna 89 jaar oud.

Ze verlangde naar haar Heer en Heiland.

Om voor eeuwig daar te zijn.

Als ik dan tegenwierp: maar wat moeten wij dan.

Het zal zo stil en leeg om ons heen worden.

Dan werd ze weer blij en zei: dat zoveel mensen nog iets hebben aan een oude non.

Gek h.

Haar schaterlach klonk dan jolig door de telefoon.

 

In haar laatste brief, vlak voor het infarct schreef ze me, nadat ze verteld had van een zieke:

Je ziet ik ben voordurend met afscheid en einde bezig.

Toen ik voor t eerst merkte dat er een eind kwam aan onze congregatie, heb ik er moeite mee gehad. Nu zeg ik, het is goed Heer!

 

Ik zeg het haar na.

Het is goed Heer.

U hebt haar thuis gehaald.

Haar wens is vervuld.

 

Ze zal mijn verhalen niet meer lezen.

Maar denk erom Douwe, als we elkaar in de hemel weer zien zullen, zetten we ons gesprek zo weer voort, sprak ze ooit eens.

Want het is de Geest die ons samenbindt.

 

Voor mij is aan een waardevolle vriendschap een eind gekomen.

Herinneringen blijven over.

Een er van is, dat ze me ooit schreef: ik ben naar een mis geweest bij de begrafenis van een zuster.

Het was een dooie boel.

Ik hoop niet dat dit bij mij zo gaat.

 

Daarom heb ik het woord gevraagd.

Ik dank u voor uw aandacht.

 

 

 

Wilt u deze toespraken gebruiken, stuur dan een mail naar douwe@douwejanssen.nl

 

 


pijl naar boven
Verhalen Boeken Presentatie Contact

 

Copyright Douwe Janssen,
e-mail: douwe@douwejanssen.nl