Beste luisteraar

 

Hebt u even tijd voor een kleine bezinning.

Een meditatief moment, zoals men het net aankondigde..

In een wereld, waarin het nieuws elkaar verdringt,

Misschien zit u zelf wel even uit te puffen van een drukke week.

Wat kan ik u vertellen?

Iets over God misschien?

Omdat het zondag is?

 

Zullen we vandaag eens heel dicht bij huis blijven?

Want speelt zich hier niet ons leven af.

Het alleen in de huiskamer zitten.

Het verdriet dat maar niet sluit.

Opzien naar de tijd die voor je ligt.

Graag weer net als vroeger alles te kunnen doen.

Maar het gaat niet meer.

Anderen nemen beslissingen van u over.

Wat bent u dan blij met een luisterend oor.

Een schouder waar je even tegen aan kunt leunen.

Een uitgestoken hand.

Ik heb ze zien zitten.

 

Twee vrouwen.

Twee werelden en toch…?

De oudste was de tachtig gepasseerd.

De andere stond nog midden in het leven.

Op gezette tijden kwamen die twee werelden met elkaar in aanraking.

Maar het botste niet.

Integendeel!

Ik heb ze zien zitten.

De oudste – een non –  luisterde naar de verhalen van de vrouw tegenover haar. Haar handen lagen gevouwen op het al zo vaak gewassen tafelkleedje.

De bruin geworden hanglamp, met het net iets te kleine peertje erin, keek van boven op hen neer. Op de tafel lagen enkele krantenknipsels en boeken. Zo zat ze daar op haar vaste plek.

Als ze naar buiten keek kon ze de mensen groeten die aan haar raam voorbij gingen. En regelmatig hield iemand zijn pas in, als ze zagen dat ze daar alleen zat. Omdat de deur niet gesloten was, stapte men vaak even naar binnen. De drempel was laag en altijd was daar een luisterend oor.

En als men weer wegging zei ze vaak: ‘ik zal voor je bidden.’

Met een enkele had ze een bijzondere band.

Misschien kwam het omdat ze eerlijk vertelde dat zij ook op alle vragen geen antwoord had.

Niet sprak in de geest van: God zal er zijn bedoeling wel mee hebben.

Zo had ze het vertrouwen van de vrouw tegenover haar gewonnen.

Samen hadden ze gehuild toen het vreselijke gebeurde.

Iemand waar je zielsveel van hield.

Weg…!!!

En dat zo jong. 20 jaar nog maar

God waar was u?

Waarom liet u dit toe?

Kon u niet?

Ja, bent U er wel God?

Vuisten hadden gebald op de tafel gelegen, met daar tegenover twee gevouwen handen.

Een stem die haperend sprak dat zij ook geen antwoord had. Maar dat ze het aan de Heer zou vertellen. Hij zou het horen.

Hoe ze dat zo zeker wist?

Och… vaak… maar soms ook …!

 

Het moet in de tweede wereldoorlog zijn gebeurd.

Na alle beschietingen kwam de bevrijding.

De wereld keek er gehavend uit.

In een klein dorpskerkje stond het geschonden Christusbeeld naar buiten te kijken.

Een granaatscherf had er de linkerarm afgeschoten.

Van de rechterhand was ook niet veel meer van over.

Aan het uiteinde ervan hing een stuk karton. Met goed leesbare letters stond er geschreven:

Ik heb geen andere handen dan uw handen.

 

Daar moest ik aan denken toen ik in het huisje daar die twee vrouwen heb zien zitten.

Hulp die in de beleving van de één niet van Boven kwam maar gewoon gelijkvloers.

In de vorm van het luisteren en meelijden met die ander.

Handen van God in de vorm van twee rimpelige gevouwen handen op een verschoten tafelkleedje.

God wat bent u soms dichtbij.

 

Jaren later heb ik voor haar deur gestaan.

Voorzichtig keek ik door de nieuwe vitrage naar binnen.

Het zag er allemaal modern uit.

Het rode bankstel stak gekleurd af tegen de lichtgrijze vloerbedekking.

Halogeen lampen verlichtten de met zorg uitgekozen meubelstukken.

De kamer blikte me ondanks alles leeg aan.

Op mijn bellen deed een jonge vrouw open.

Ze trok haar wenkbrauwen fronsend op en keek me afwachtend aan.

‘De non?’, vroeg ze.

‘In een verzorginghuis. Ja, zo gaat het als je ouder wordt, nietwaar?’

Of ik haar soms gekend had?

Ik knikte.

 

Met een hoofd vol herinneringen liep ik terug naar de auto.

In mijn gedachten zag ik haar zitten.

Een verzorgster tikte op haar kamerdeur en stapte binnen.

‘Goedemorgen, zuster.

Goed geslapen vannacht?

De koffie staat beneden klaar hoor.’

Twee gerimpelde handen plukten een pluisje van het tafelkleed.

‘Bedankt’, zei de stem die in de jaren aan hoogte had gewonnen.

Dan keek ze door het raam de straat in.

 

Wie weet … misschien… komt er vandaag iemand langs.

 

                      

 


 

 

 

 

Copyright © 2008 Douwe Janssen, e-mail: douwe@douwejanssen.nl

Laatst bijgewerkt: 27 november 2015