Beste luisteraar

 

Vorige week was het Pasen.

U zult het wel gevierd hebben.

Misschien genoten van een extra vrije dag.

Of de kinderen zijn langs geweest.

U bent naar de kerk gegaan.

Samen met anderen de opstanding van Jezus gevierd.

Mooie liederen gezongen.

De dood is overwonnen.

Halleluja.

Maar vandaag?

Een week verder?

Alles is weer zoals het voor die tijd was.

We staan weer met beide benen op de grond.

Toch?

 

Ik neem u vanochtend mee naar een conferentie.

Daar zaten een kleine vijfhonderd mannen bij elkaar.

Alleen dat al is een aparte gewaarwording.

Mannen onder elkaar zijn anders dan dat ze in het dagelijkse leven zijn.

Samen zitten we te luisteren naar de verschillende referaten.

Met taal van man tegen man.

Heftig?

Soms wel, maar herkenbaar.

De afsluiting van die avond zou een getuigenis zijn.

Nou, u mag van mij weten dat ik het dan voor gezien houd.

Een enkele keer heb ik het wel eens op de radio gehoord.

Of op de TV.

In de goot en dan Jezus ontdekken…

Ziek zijn en bidden….

Halleluja.

Herkent u het?

 

Onzeker blikt hij de zaal in.

Vijfhonderd gezichten kijken hem aan.

Zijn adamsappel schiet heen en weer.

Ik kijk langs hem heen en wil aan zijn blik ontsnappen.

Niet instappen in zijn verhaal.

Dan begint hij te vertellen.

Nog maar een jaar geleden.

Vol van het gebeuren was hij teruggekomen van de mannendag.

Wat was God dichtbij geweest.

Eenmaal thuis had hij er over verteld.

Ook aan Pim, zijn zoon.

Op jonge leeftijd had hij God aangenomen.

Hij was een wandelende getuige geweest.

In de bar, of waar hij ook kwam.

Hij schoot zijn vrienden aan.

Weet je dat Jezus van je houdt!

 

Al luisterend krijgt Pim een gezicht voor mij.

Ik zie hem staan.

Een licht vlasbaardje versiert zijn kin.

Om zijn nek een zilveren ketting met een kruisje eraan.

Zijn blauwe ogen blikken vol vertrouwen de wereld in.

Een jongen zoals een jongen kan zijn.

 

Die avond, vertelt de stem, ging Pim naar bed.

“Welterusten, ik hou van je”, zei hij tegen zijn vader.

Een standaardzinnetje.

Het laatste wat zijn vader uit zijn mond hoorde.

 

De volgende morgen is hij op weg naar zijn werk verongelukt.

Pats…boem… en voorgoed hier weg.

Ik sta met de vader bij de kapotte auto.

Naast het lint dat gespannen is bij de plek van het onheil.

Ik kijk mee naar de kist met het opgebaarde lichaam in de kamer.

Zie de jongens uit de bar er om heen staan.

Hoor hun snikken.

Zie hun schouders heen en weer gaan.

Hun kettingen om hun nek rammelen van ingehouden verdriet.

De vader slaat zijn armen om hen heen.

 

De stilte in de zaal is intens.

Hier staat een man die zich in zijn hart laat kijken.

Je meeneemt in zijn verdriet en zijn vragen.

Aan het slot leest hij een briefje van Pim voor.

Gevonden in zijn tasje

Het was gericht aan David.

 

Hey David,

Ik ken je nu al twee jaar denk ik, misschien langer.

Al die tijd wilde ik je vertellen over de liefde die Jezus jou wil geven.

Maar ik was bang en schaamte hield me tegen.

Nog steeds vind ik dat soort dingen eng, maar zoiets moois wil ik niet voor mijzelf houden. Jezus, wil jou ontmoeten.

Hij wil je rein maken….

 

In zijn brief vertelt hij David wie God is.

Dat Jezus’dood de weg opent naar God toe.

Hij besluit zijn schrijven met:

 

Het leven met God is een groot avontuur.

En het is voor Eeuwig.

Dat zul je zeker ervaren.

Open je hart voor je Schepper die jou liefheeft.

 

Pim heeft zijn brief niet zelf aan David meer kunnen geven.

Daar heeft zijn vader voor gezorgd.

 

Als Pim’s vader het podium verlaat blijft de stilte hangen.

Alleen het schrapen van kelen en het poetsen van brillenglazen is hoorbaar.

 

Ja, beste luisteraar.

Pasen is voorbij.

Er is iets veranderd.

 

 

 

 Douwe Janssen 

 

 

                      

 


 

 

 

 

Copyright © 2008 Douwe Janssen, e-mail: douwe@douwejanssen.nl

Laatst bijgewerkt: 27 november 2015