De portemonnee – uitzending juli 05

Vakantie.
Witterzomer!
Een schitterende camping.
Voor elk wat wils. Bos, heide en water.
Behoedzaam zak ik neer op mijn meegenomen klapstoeltje en daar zit ik dan aan de rand van de plas.
Een warme wind speelt met mijn steeds grijzer wordende haardos. Maar het voelt goed.
Vanuit mijn stoel kijk ik naar de drukte om mij heen.
Ik zie jonge vaders zich uitsloven om een zandkasteel te bouwen terwijl ze weten dat er morgen van hun schepping niets meer over zal zijn.
Moeders, in allerlei variaties, vertrouwen min of meer iets aan de zon toe.
Kinderen rennen heen en weer, en als ze vallen zoeken ze huilend troost bij hun moeder.
Fascinerend allemaal.
Maar ook vermoeiend
Mijn hoofd maakt af en toe spastische bewegingen.
De leeftijd denkt u?
Misschien….
Maar een mens mag toch.

Nou en dat doe ik dan.
Ik voel de loomheid vanuit mijn tenen omhoog kruipen en sluit mijn ogen.
Nu even helemaal niets meer.

‘Meneer… meneer’
Gelijk ben ik weer bij de les. Door mijn oogharen heen zie ik het ventje staan. Acht jaar oud ongeveer. Zijn haren steken blond af tegen zijn sproetig kopje. Zijn zwembroek zit onder het zand.
De jongen kijkt me afwachtend aan.
‘Zeg het eens kerel’, zeg ik.
‘Meneer, gelooft u ook?’
Wat…. ?
Mijn hand glijdt naar mijn rechteroor. Ik had mijn gehoorapparaat toch wel aanstaan?
Gelooft u ook?
Ik knik en zeg: ‘zeker weten’.
Ik zie zijn ogen oplichten, dan veegt hij met zijn hand onder zijn neus, en vraagt dan aarzelend:
‘Bidt u ook?’
De glimlach om mijn mond maakt plaats voor een rimpel in mijn voorhoofd. Maar ik zie de humor van de vraag wel in, ja hoe moet ik het anders uitleggen, en antwoord oprecht: ‘elke dag wel een keer.’
Afwachtend kijk ik hem aan.
Het blijkt zijn goedkeuring te hebben, want tot mijn verbazing gaat hij door met vragen.
‘Gaat u ook naar de kerk?’
Opnieuw kijk ik het ventje aan. Waar wil hij heen. Is het een kleine zendeling in notendop of een zoon van zijn vader, die gewend is mee te gaan als zijn vader bij mensen aanbelt.
U kent ze misschien wel!
Vaak komen ze ongelegen en zeker onaangekondigd.
Ik wacht nog even met mijn antwoord en kijk naar de plas.

Dan…
‘Ja, ik ga ook naar de kerk’, zei ik.
Het ventje knikt opgetogen en vraagt: ‘wilt u dan wel even op mijn portemonnee passen?
Ik wil graag even zwemmen.’
Vol vertrouwen overhandigt hij mij zijn kleine beurs en rent het water in.

Als ik hem nakijk, gaat het door me heen: hopelijk wordt jouw kinderlijk geloof in kerkmensen nooit beschaamd jongen.



Douwe Janssen





 

 


 


 

                      

 


 

 

 

 

Copyright © 2008 Douwe Janssen, e-mail: douwe@douwejanssen.nl

Laatst bijgewerkt: 27 november 2015