Christus is niet van beton - uitzending mei 2004


Ze hadden me uitgenodigd.
Daar zat ik dan. U kent hem vast wel, een beetje als die bekende kat in het vreemde pakhuis.
Benieuwd keek ik om me heen.
De sfeer was ontspannen. Mensen die elkaar vaker ontmoet hadden begroetten elkaar hartelijk. Met een handdruk en soms een zoen.
Naast me zat een man met een kaal hoofd. Dat is in tegenwoordig. Maar dit leek me meer een gevolg van moeder natuur, dan dat de kapper er zijn hand in had gehad.
Ook hij nam het gebeuren in zich op.
Op het podium probeerde een groepje jonge mensen zingend de aandacht te vangen. Het waren goed in het gehoor liggende melodieën.
Ze bewogen af en toe lichtjes hun heupen en een enkele keer stak een pink even boven de microfoon de lucht in.
Op het scherm voorin probeerden verschillende teksten mijn aandacht op te eisen, om na verloop van tijd het thema van de avond aan te kondigen.
Ik geloof in Jezus, Gods Zoon.

Ik zag , geprojecteerd, een groot Christusbeeld. Met uitgestoken armen stond het mij aan te kijken. Maar er zat geen leven in. Onder zijn voeten was nog net het topje van de berg te zien waarop hij stond. Vastgenageld!
Ver boven de mensen verheven starend in het luchtledige.
Een pracht van een kunstwerk.
Zeg dat wel.
Gehouwen uit een groot brok graniet.
Veel mensen zien God – volgens de spreekster even later - zo.
Onbeweeglijk. Ver verheven boven de straten en pleinen waar ons dagelijks leven zich afspeelt
.
En u dacht nog wel dat hij u zag?
Weet heeft van uw bestaan?
Wist van die moeder die zich zorgzaam over haar zieke kindje boog. Met een natte doek voorzichtig haar klamme voorhoofdje afvegend.‘Stil maar, morgen ben je vast weer een beetje beter.’
Hoopte ze!
De zuster in het ziekenhuis, ongerust geworden door de monitor, ging toch de arts raadplegen, hoewel ze wist dat het sterven nabij was.

Twee oude mensen, hun stramme knieën gebogen, biddend voor hun kinderen, die hun leven zo anders inrichtten dan zij gedacht en gehoopt hadden.
En daar ver boven in de lucht troont Jezus.
Met zijn voeten vastgeklonken op de berg.
Hoe de storm ook moge woeden, donderen en bliksemen, onveranderlijk blijft hij daar staan.

Weer gingen mijn ogen de zaal door.
Ik zag mensen geboeid luisteren. Een wereld ging voor hen open.
Wat zeg ik: hun wereld!
De man naast mij, met zijn kale hoofd, veegde met een zakdoek een paar zweetdruppels van zijn voorhoofd. Ze lagen te glinsteren in het lichtspotje dat net boven hem geplaatst was.
De spreekster keek de zaal in.
Het leek alsof ze erbij geweest was.
Daar in het ziekenhuis.
In de slaapkamer bij het zieke kind. Met Sponge Bob op het behang gedrukt had ze daar staan toekijken. Alsof ze de onzekerheid van de moeder had opgemerkt.
Het was de zoveelste aanval in een korte tijd.
Had ze haar schietgebedjes gehoord?
‘Lieve Here Jezus…’

‘En weet u wat er toen eens gebeurde? De avond was al gevallen. In de schemer klom een man naar boven.’
Gelijk ben ik weer bij de les.
Samen met anderen in de zaal kijk ik bij wijze van spreken hoe een man de berg opklom.
In zijn hand een verfbus en onder zijn kiel een kwast.
Eenmaal boven bekladde hij het beeld.
Als je goed keek kon je het lezen:
Christus is niet van beton


Goddank!


Douwe Janssen


 

 


 


 

                      

 


 

 

 

 

Copyright © 2008 Douwe Janssen, e-mail: douwe@douwejanssen.nl

Laatst bijgewerkt: 27 november 2015