Vertellingen

 

Home Over Douwe Presentatie Boeken

Verhalen En verder... Contact
 

 

Radiovertellingen

 

Klik hieronder op de button om naar een radiovoordracht te luisteren

 

 

Lezen:

Beste luisteraar.

Ik weet niet hoe goed u in de bijbel thuis bent.
Maar u hebt vast wel eens gehoord over psalmen die daarin beschreven zijn.
Beeldend, soms in korte zinnen, wordt uitleg gegeven aan de gemoedstoestand van de dichter.
Zo ook in psalm 42.
Ik lees u een paar regels voor.
Zoals een hinde smacht naar stromend water,
Zo smacht mijn ziel naar u, o God
Hebt u er beeld bij?
Niet?, luister dan even.

De kerkzaal is goed gevuld.
De dominee op de kansel neemt de gemeente voor hem op.
Een verscheidenheid aan leeftijd.
‘Hoe kan ik ze allemaal bereiken?’, gaat het door hem heen.
Jongeren, zo snel weg met hun gedachten.
Ouderen, vervuld van zorgen, of die moeite hebben om lang geconcentreerd te luisteren.
En de kinderen in de kerk?
Hij probeert zijn taalgebruik eenvoudig te houden.
De zinnen niet te lang.
De preek zal over psalm 42 gaan.
Zoals een hert smacht naar water…
Zo smacht mijn ziel naar u o God.
Even later loopt het hert de kerk door.
Tenminste, menig luisteraar ziet in gedachten het beest gaan.
Smachtend naar water.
Met geopende neusgaten, zijn kop heen en weer schuddend.
Zijn roep klinkt schor, zijn flanken trillen.
Water… water…
Steeds droger en dieper komt het geluid uit zijn keel vandaan.
Als het hert eenmaal duidelijk voor de luisteraar staat te roepen, is de overgang naar de dichter van de psalm niet zo moeilijk meer.
Zie hem daar zitten.
Smachtend naar God.
Tranen lopen over zijn wangen.
Want zijn ziel is diep bedroefd.
Want ze zeggen de hele dag.
Waar is dan je God?
De predikant merkt dat er geluisterd wordt.
Zelfs kinderen komen onder de indruk van het verdriet van de dichter.
Stil zitten ze bij hun vader of moeder op schoot.
Hun duim veilig opgeborgen in de mond.
Op hun gezicht de vraag: Hij blijft toch niet aldoor huilen, dominee?
Nee, dat is niet het geval.
Want de dichter is er van overtuigd dat er andere tijden zullen aanbreken.
Vestig je hoop op God.
Eens zal ik hem weer loven.
Aan het eind van de preek legt de predikant de link naar Jezus’ woorden:
Die ooit eens sprak:
Laat wie dorst heeft,komen en drinken.
Levend water … voor iedereen.
Dan zegt de dominee amen en is de preek uit.

Nog voor dat het orgel begint te spelen, staat hij al naast de bank.
Vijf jaar zal hij geweest zijn.
Rob.
De derde in het gezin.
Met boven zich een grotere broer en zus.
Daardoor had hij geleerd om voor zichzelf op te komen.
Mee te willen doen.
Zijn broer gel in het haar?
Hij ook.
Zijn zus iets vertellen?
Rob ook.
Soms struikelend over zijn woorden.
Zo stapt hij op de preekstoel af.
Zijn vader kijkt hem na.
Een oudere zuster uit de gemeente steekt haar gerimpelde arm uit om hem tegen te houden.
Hij ontwijkt haar.
Het laatste stukje neemt hij in looppas en al struikelend klimt hij de kansel op.
Eenmaal boven zegt hij tegen de dominee: ‘ Ik wil…wil ook wel water… water hebben.
De dominee pakt zijn glas en geeft het hem.
Gulzig zet hij het glas aan de mond en drinkt.
Zucht diep en geeft het glas weer terug.
Dan huppelt hij onbekommerd de kerk weer door op zoek naar zijn vader.
En de dominee?
Hij is meer dan voldaan.
De uitwerking van de preek was misschien anders dan gedacht.
Maar de boodschap was overgekomen.


Bij u ook?

Douwe Janssen

 

 

 

 

Dank U

Beste luisteraar.

Bidden.
Tot God bidden.
Hoe doe je dat?

U merkt ik val direct maar met de deur in huis bij u binnen.
Ja toch!
Maar ik realiseer me ook dat dit een heikel punt is.
Ieder mens bid op zijn eigen wijze.
Als hij bid.
En misschien hangt het ook van de omstandigheden af waarin je verkeerd.
En is het vaak een vragen.
Vragen om…

Hoe ik hier bij kom?
Luister.

’t Was tijdens een van onze vakanties.
Heerlijk ontspannen zaten we op de fiets.
Gek eigenlijk dat we ons er vroeger nooit tijd voor gunden.
Druk als we waren.
Herkent u dit?

Zo reden we volop genietend van het mooie weer.
De natuur.
Van het smalle bospaadje, dat al slingerend door het bos kroop.
We keken naar een eekhoorntje dat moeiteloos van tak naar tak sprong.
Bij een driesprong stapten we af om even de route te raadplegen.
Even tijd voor een praatje met een paar medefietsers.
‘Ja, een prachtige dag.
Of we boffen?
Nou en of!’
Dan gaan we weer.

De omgeving is nieuw voor ons.
Onze fietsroute loopt via paadjes, tussen weilanden door, naar de dorpjes verderop.
Uitnodigend liggen ze daar.
De kerktoren steekt parmantig boven het maaiveld uit.
In een bocht staat een kapelletje.
‘Even kijken’, zegt mijn vrouw.

Een stenen Maria blikt ons aan.
Voor haar brandende kaarsjes.
Op het tafeltje in de hoek ligt een opengeslagen schrift.
Zij, die hun hart willen luchten, lieten hun boodschap hier achter.

Ik las:
‘Jammer dat ome Dick toch doodgegaan is.
Wilt u hem de groeten doen.
Hans’
Maar verder?
Veel vragen.
Dat de operatie goed mag verlopen.
Opa weer beter mag worden.
We een fijne vakantie mogen krijgen.
Dat het de kinderen goed mag gaan.
Vragen, vragen… en nog meer vragen.

Ik steek een kaarsje aan en even later fietsen we het dorp binnen.

Op een terras drinken we koffie met appelgebak en slagroom?
Wat dacht u?.
Nou en of.
Die avond.

Gewoontegetrouw bid ik altijd voor het eten.
Vraag of de Here God het wil zegenen.
Voor ons wil zorgen.
Voor de kinderen thuis…
Voor arme mensen.
Voor zieke mensen

Toen stokte het bidden van mij.
Ineens zag ik het geopende schriftje voor me.
Vragen om dit, vragen om dat…
Ik begon te stotterde en zei toen maar snel:

‘Dank u Vader voor alles.
En leer mij dat ook aan u te vertellen ’
Dan wordt het bidden geen vragen meer.
Maar maak je God deelgenoot van je leven

Douwe Janssen

 

 

 

 

 

Lieve beste lezers van de Kerkklok

Ik heb het voorrecht alle veertien dagen, met een column, even bij u naar binnen te mogen gaan. Via de brievenbus, beland ik in de loop van de dag op uw tafel. Niet lang daarna verdwijn ik in de krantenbak, en na verloop van weken in de papiercontainer.
Dat is niet erg. Mijn intentie rijkt niet verder, dan dat u even met mij ergens bij stilstaat.
Ik weet het, het zijn geen preekjes, soms zelf misschien wat licht van toon, en je kunt je afvragen: moet dat in de kerkbode?
Of misschien komt bij u de gedachte naar boven: wie is die man eigenlijk? Misschien hebt u het jaarboekje geraadpleegd en kwam u mijn naam niet tegen. Klopt, ik ben niet Christelijk Gereformeerd. Wel christelijk en naar ik meen, ook gereformeerd. Toch geeft het kerkblad mij de kans om af en toe even bij u naar binnen te stappen. Want wat ons bindt is dat we Gods kinderen zijn.
U moet mijn schrijven dan ook lezen als broodkruimels, op de weg gestrooid op mijn voettocht door het leven.
Ik woon in het mooie Drenthe, maar af en toe verlaten we onze provincie om even bij de buren te gaan kijken. Dat geldt ook voor de zondagse erediensten. Vaak word ik getroffen door een preek, lied, of een ontmoeting. Ik weet dat er in de CG kerken, een verscheidenheid aan beleven, preken en diensten zijn. Een enkele keer kom ik gebukt onder zondenlast, opgelegd via de kansel, de kerk uit. Maar veel vaker is het of ik thuis ben.
Zoals onlangs toen wij een dienst bezochten in de kerk van Aalten.
De dominee probeerde in gewone menselijke taal aan de gemeente, inclusief jongeren, de Boodschap door te geven. Het ging over de vreugde van de wet.
Nu, daar moet je net bij mij mee aankomen. De wet. Vorige week kreeg ik een bekeuring binnen. Iets te hard gereden. Of ik maar even dokken wilde. Je kunt goedkoper een ouder echtpaar beroven. Dan is er wel iemand te vinden, die de rechter kan overtuigen, dat je het eigenlijk niet wilde, maar dat het met gebeurtenissen uit je jeugd te maken zou hebben.
 Maar deze dominee verstond de kunst mij te laten geloven, dat in Gods geboden te doen, vreugde ligt opgesloten.
Ik keek tijdens de preek stiekem de gemeente door. Zag geen afwerende blikken op de gezichten van de kerkgangers. Nee, er werd zelfs in het begin gelachen. Maar dat kwam omdat de dominee ons  meenam naar het Joodse volk. Hoe men daar leefde en deed. Menig kerkganger zag in hun gedachten al hun predikant, met de Bijbel in zijn handen, dansend, gevolgd door ouderlingen en diakenen de kerk door gaan. Vreugde van de wet. Omdat het geen regels zijn, maar omdat er iets moois ontstaat als je er naar leeft. Wij hebben de wet van Israël ontvangen, maar eigenlijk nog meer. De Messias, gekomen om Gods wil te doen. En Hij heeft jou lief.
Ja, en dan zing je, met een brok in je keel:

Heer ik kom tot u –

Houd mij vast, laat uw liefde stromen
Houd mij vast, heel dicht bij uw hart-

Dan zweef ik op de wind
gedragen door uw geest
en de kracht van uw liefde.      

 

Met een hartelijke broedergroet,

Douwe Janssen

 

 

27-12-2009

 

Avé Maria

 

 

Goedemiddag luisteraar.

 

Ik val maar gelijk met de deur in huis.

Hopelijk hebt u even tijd om te luisteren.

Wacht… als u nu even het gas onder de pan iets lager zet…

Zo ….nu kan er niets meer fout gaan..

 

Het jaar loopt op zijn laatste benen.

Nog een paar dagen en dan stappen we de drempel over.

 

Nu zijn de nachten lang.

De dagen kort.

De hemel afgeschermd door een grijs gordijn.

 

Afgelopen week liepen veel mensen door de stad.

Door de Oudestraat, via het Koopmansplein, over de Gedempte Singel terug

’t Was een hele drukte.

Er moest van alles in huis worden gehaald.

 

Toen werd  Kerst gevierd.

Thuis of in de kerk.

Met een kerstboom in de hoek van de kamer.

Kinderen die kwamen eten.

Vrienden kwamen langs.

Of… misschien zat u in uw uppie.

Alleen

De stoel waar hij/ zij zat, keek u leeg aan.

 

In onze kamer staat een kerstboom.

Eigenlijk is het te veel eer voor de opengevouwen ‘nep’- boom.

Maar eenmaal opgetuigd met rode ballen, linten en een enkele zilveren bal, lijkt het net echt.

Om een paar weken later weer naar de vliering te verhuizen.

Daar ligt hij dan een jaar te liggen. 

 

Hoe wij de dagen door zijn gekomen?

Ik zal het vertellen.

Met wat sprokkelhoutjes probeerde ik het vuur in de haard te ontsteken.

Toen de brand er eenmaal inzat, gaven de dikkere houtstukken het vuur meer voeding.

De warmte voelde lekker aan.

In de kerk hebben we gezongen.

Ere zij God.

Stille nacht.

De herders…

Och, u kent de liederen zelf wel.

 

‘s Avonds zette ik de TV aan.

Via het beeldscherm bleef ik haken bij André Rieu.

Voor mij zag ik een plein vol vrolijke Limburgers.

Zo anders dan wij, nuchtere Noorderlingen.

 

Zittend, dan weer meedansend, hebben ze de avond van hun leven.

En André weet ze te boeien.

De muziek parelt en als een volleerd presentator praat hij het geheel aan elkaar.

 

Maar dan….

 

In het beeld staat een jonge vrouw.

Het wordt stil.

Doodstil.

Vol verwachting kijken duizenden ogen naar de jonge vrouw.

Met gesloten ogen, in opperste concentratie, staat ze daar.

Ik zie haar boezem langzaam deinen.

 

Dan begint een viool heel voorzichtig klanken voort te brengen en hoor ik de stem, als een engel zingen.

Avé Maria

 

Ik voel kippenvel.

 

Een camera zoekt zijn weg tussen de luisterende mensen.

Een vrouw legt in vol vertrouwen haar hoofd op de schouder van een man.

Ineens blikt het gezicht van een jonge vrouw onze kamer in.

Veertig… misschien…?

Haar mondhoek trilt.

Ogen zwemmen in vocht.

Donker haar omlijst het gave gezicht.

 

Avé Maria….

 

Weg is het beeld.

 

Andere gezichten komen er voor in de plaats en dan… is ze er weer.

Ze veegt snel een traan weg.

Maar nieuwen zijn in aantocht.

De muziek zwelt aan.

Avé Maria.

Weest gegroet Maria.

Vol van genade.

Gezegend onder alle vrouwen.

 

Wist zij daarvan?

Werd ze geraakt door die Boodschap?

Of…

 

Zag ze zichzelf weer lopen?

Tussen de mensen door, op weg naar het altaar.

Daar stond hij.

Liefdevol keken zijn ogen haar aan.

Mensen glimlachen vertederd.

Het Avé Maria klonk door de kerk.

Het smolt in de ruimte.

 

Herinneringen?

Ik weet het niet.

Wel dat daar op het Vrijthof in Maastricht ineens tussen de walsen en het feestgedruis door de Boodschap klonk.

 

Een Kind is geboren.

Een boodschap die wil landen in ons leven van elke dag.

Ja, want zo lief had God de wereld.

Iets om bij stil te staan?

En of!

Dat houdt je ogen niet droog.

 

Ik wens u een vreugdevol Nieuwjaar toe.

 

 

 

Douwe Janssen

 

 

Wilt u één van deze columns gebruiken, stuur dan even een mailtje naar douwe@douwejanssen.nl

 

Verhalen Boeken Presentatie Contact

 

Copyright © Douwe Janssen,
e-mail: douwe@douwejanssen.nl

Laatst bijgewerkt: 06 december 2017