Snel weer terug naar de homepagina: Klik! 

                            

Veel plezier bij het lezen
Wilt u een van deze columns gebruiken, stuur dan een mail naar douwe@douwejanssen.nl

 

 

 

     

Ik vertel u het graag.


 

Voetstappen


De man naast mij houdt, net als ik, zijn ogen op de dobber gericht. Even later brengt een vrouw hem koffie en vraagt hem hoe het gaat. ''Gaat wel'', zegt hij.
Als de stilte teruggekeerd is begint hij ineens te praten.
Als de pootjes van de caravan aangedraaid zijn, en je de hand van de buren hebt geschud, begint je vakantie. Eerst kijk je nog een beetje onwennig om je heen. Maar na enkele dagen kun je in het donker zelfs de weg naar het toiletgebouw vinden.
Je leven krijgt een ander ritme. Je wordt wakker doordat de zon op het dak van de caravan schijnt. Of door kinderen die buiten met elkaar vechten om de bal.
De krant scan je even via internet. Echt aandachtig lezen is er niet bij.

Na een mooie fietstocht zit je aan het eind van de dag aan het water te vissen. De avond is bezig te komen. Vogels zoeken een rustplaats voor de nacht. Daar zijn ze best kieskeurig in, want ze zwerven en buitelen in de lucht over elkaar heen. Enkelen zetten hun pootjes, na een mooie landing, neer op het riet, om zich even later toch weer bij de anderen te voegen. In de verte roept de koekoek.
Koekoek… kooeekoeek.
Achter je blijft een moeder met haar kind staan. ''Kijk, die meneer zit te vissen.''
Het jongetje knikt en trekt zijn moeder aan haar arm. De stilte keert terug.
Naast je zit je buurman. Van leeftijd verschillen we niet veel van elkaar..
“Blijft rustig hè! “
“Ja.”
Even later:
“Mijn vrouw is vorig jaar overleden. Zomaar, patst boem. Je denkt dat het bij een ander gebeurt en dan…”
“Kun je je redden,” vraag ik.
“Hou op man. Mijn vrouw zei altijd: ga jij maar even met de hond wandelen. Ik red me wel.
Daar sta je dan. Met lege handen. De afwasmachine was ook nog kapot. Wat te doen? Een nieuwe kopen voor dat beetje afwas?”
Het blijft even stil. Alsof hij opnieuw de afweging moet maken.
Even later.
“Een half jaar later ben ik weer getrouwd. Ik kon niet tegen het alleen zijn. Mijn ''nieuwe'' vrouw zegt vaak: laat mij dat maar even doen. Ga jij maar even een blokje om. Ik heb het getroffen man.”
Als hij even later een vis aan de haak slaat zeg ik: “Mazzelkont.”
In de caravan, als de dag bijna gisteren wordt, droom ik voor mij uit.
Wat is mijn wereld ineens overzichtelijk geworden. Zo kan ik het probleem van mijn visbuurman behappen. Zie hem klungelen in de keuken.
Hoe deed zijn vrouw dat altijd?
Isis is ver weg. De stad Raqqa wordt ingesloten. Hongersnood, droogte, een uitgemergeld kind in de armen van een huilende moeder, zie je hier niet. Overstroming beperkt zich tot je schoen die je net iets te ver buiten de luifel hebt gezet. Vragen: waar is God? Waarom grijpt Hij niet in?, zijn in je onderbewustzijn gedaald.
Je kunt je wereld overzien. Zo hoop je voor je visbuurman dat zijn prostaatklachten niet verergeren.

De wind is moe van het spelen. Het water lijkt op een spiegel. De stilte om je heen voelt goed.
Met een licht plonsje duikt een kikker het water in. Hoeveel verbeelding moet je hebben om in het ruisen van de populieren Gods voetstappen te horen.

Douwe Janssen

 

 

=====
 

U noemt zelfs mijn naam

Langzaam druppelen de mensen de kerkzaal  binnen.
Het grote koor had de kelen al losgezongen.
Nog even, en dan zouden ze het grote podium vullen.
Zachte muziek rolt door de kerkzaal.
Dan worden we welkom geheten.

Een jonge vrouw blikt zelfverzekerd de kerkzaal in.
Als al die stemmen, soms los van elkaar, dan weer samensmeltend zich verenigen, dan gebeurt er wat.
Ze weet het.

De Drechtsteden koorleden dragen allemaal een lang rood gewaad.
Het lijkt alsof ze willen neerzetten:
Onze stemmen verschillen, maar we vormen een eenheid.

De dirigent beklimt de bok.
De organist houdt zijn vingers boven de toetsen.
De pianist achter de vleugel  laat zijn schoen alvast een dansje maken.
Na drie slagen in de lucht, breekt het los.
Komt, laat ons vrolijk zingen
tot God die alles schiep,
die bloemen, vissen, vogels,
uit niets tot leven riep

Ik kijk naar het koor.
Laat me meenemen in de melodie.
In de woorden en de tekst van het lied.
Leer ons als kind''ren leven
en spelen in uw hof
en met de eng''len zingen
Uw glorie en uw lof

De pianist  geeft zich helemaal. Om daarna zachtjes over te gaan in een andere melodie.

Zacht rolt de muziek tussen de banken door.
Bekende klanken, gekoppeld aan de tekst:
Ik zal er zijn, haken zich aan mij vast.
Het koor heeft hierop gewacht.
Dit zijn niet alleen maar woorden.
Dit is beleven.

Hoe wonderlijk mooi is uw eeuwige Naam
Verborgen aanwezig deelt U mijn bestaan

De baard van een oude man in het koor danst mee op de melodie.
De dames in het koor laten horen waar ze staan.
Een boog in de wolken als teken van trouw
Staat boven mijn leven, zegt: Ik ben bij jou

Oude ogen, waarin verdriet ligt opgeslagen, glimmen.

Ik kijk en dan… langzaam beginnen gezichten te vervagen.
Sluit mijn ogen en geef me over aan de muziek.
Knijp in mijn arm, ik droom toch niet?
Langzaam en licht zweef ik naar boven.
Hoor nog flarden van woorden.
De toekomst is zeker… sterven …U ontmoet…
Dan ben ik Boven.

Een hand strekt zich naar mij uit.
Een stem zegt.
“Ik ken je”, Hij noemt mijn naam.
Hoe adembenemend, ontroerend dichtbij
Ik ben, die Ik ben.

Tranen, van opgekropt verdriet, moeite en pijn stromen.
Het lijkt op een rivier, maar voordat ze vallen, zijn ze weg.

Stemmen brengen me weer terug naar de werkelijkheid.

Als een vriend, wil ik je dragen
alle dagen, ik zal er zijn.
Als een ster in donkere nachten
zal ik wachten

Alle dagen 
Ik zal er zijn.  
 

Douwe Janssen

 

 

Fijne dag nog
 

Op de hoek bij een grote supermarkt staat een enquêteur. Ze vraagt aan het voorbijgaande publiek of ze iets mag vragen. Meer dan de helft zegt geen tijd te hebben en loopt gehaast verder. Een mevrouw in een scootmobiel, ze is hardhorend, mindert even vaart en zegt: ”Wat zegt u?”
De enquêteur, met op haar neus een rood clownsdopje, vraagt of ze wel eens van Cliniclowns gehoord heeft.
Haar antwoord is kort: “Nee. “ Ze geeft aan dat ze verder wil gaan.
“Een fijne dag nog”, zegt de enquêteur.
De dame in haar scootmobiel draait zich om en zegt: “Een fijne dag nog! Ik word daar strontziek van. In de winkel en overal zeggen ze dat. Een fijne dag nog. Net alsof dat bestaat. Praat me er niet van. Alle mensen leven alleen maar voor zichzelf. Mensen hebben geen tijd meer voor elkaar. Weet u wanneer er iemand voor het laatst bij mij aanbelde? De collectanten niet meegerekend? …..Nul komma nul!
Zelfs de huisarts heeft geen tijd meer voor je. Ik ben er helemaal klaar mee.
Vorige week ben ik met mijn scootmobiel op de spoorovergang blijven staan.
Voor mij hoeft het niet meer.
Komt daar zo''n idioot aan en drukt mij van de spoorbaan af.
Zegt nog: “U moet hier niet staan blijven, dat is gevaarlijk hoor!”
Aan de overkant gekomen zei hij: ”Nou een fijne dag verder hoor.”
Ik kon hem wel schieten. Jongeren springen voor de trein, als dat hen uitkomt.
En mij drukken ze van de baan af.”

De enquêteurmevrouw neemt de dame in haar scootmobiel op. Ze heeft een rond gezicht. De enkels zakken een beetje over haar versleten schoenen heen. Haar haar piekt. Doordat ze weinig beweegt, is haar buik vol en rond. Haar ogen kijken priemend en beschuldigend haar aan. Alsof zij de oorzaak van alle ellende is. Het blijft even stil.
Dan…
Het lijkt of er iets ontdooit bij haar vanbinnen. Een traan zakt langzaam over haar wang naar beneden. Bijna ruw veegt ze hem weg. Zet haar boodschappenmandje even weer recht en zegt dan:
“Dank u wel voor het gesprek.”
Een fijne dag kon er waarschijnlijk niet af.
Maar het was voor haar wel een goede dag. Want je hart eens kunnen luchten, kan een hele opluchting zijn.

Douwe Janssen

 

 

Gerrit

''Het begon wat aan mij te knagen. Je raakt het toch nooit helemaal kwijt.''
Verstolen kijk ik opzij naar de man die dit zegt en die naast mij zit. Zijn pet zit naar voren getrokken. Een teken van niet te dicht bijkomen? Toch komt hij ''s avonds vaak even naast me zitten. Terwijl we vissen, vertelt hij over zijn leven. Omdat mijn gehoor wat minder wordt en hij mompelt, gaan sommige zinnen aan mij voorbij. Maar langzaam en zeker krijg ik een beeld bij de verhalen.
 

In zijn jeugd liep alles niet even fijn. Zijn jonge jaren bracht hij door bij zijn grootouders. Als zijn ouders op bezoek kwamen, kroop hij weg in een grote kast. Hij wilde niet terug naar huis.
Zijn vader was een ''gesloten'' man. Die de tegenslagen in zijn leven op zijn eigen wijze verwerkte.
Hij was vroeger gestraft door zijn vader, omdat hij zijn eigen weg wilde gaan. De gevolgen hiervan hadden een stempel op zijn leven gezet.

Terwijl ik een pas gevangen mooie voorn voorzichtig weer in het water laat glijden, luister ik naar wat Gerrit vertelt.
Hij moest in dienst. Daar zouden ze hem wel een beetje discipline bijbrengen. Echter niet zonder slag of stoot. De schoenen die hij van het leger kreeg, waren drie maten te groot. Dus stond Gerrit met blote voeten op de appelplaats. Na een paar rake opmerkingen tegen iemand met een streep, werd Gerrit opgedragen om met een tandenborstel het plein aan te vegen.
Dat maakte Gerrit woedend, want hij  kon niet tegen onrecht. Deed zijn karakter hem ook botsen met God?

De zon die eerst nog over het water gleed, trekt zich steeds verder terug. De warmte hangt nog in de lucht. Een grote groep spreeuwen verzamelt zich om een rustplek voor de nacht te zoeken. Het is al even stil tussen Gerrit en mij. Ook mijn dobber staat stil in het water. Een libelle gebruikt haar even als rustplek.
Gerrit pakt zijn pet en drukt hem opnieuw op zijn hoofd. Ik hoor dan:

Ik liep er al een tijd mee rond. Kan ik de ontmoeting met God aan? Zinnen van preken, gezegden van mijn moeder kwamen op de gekste momenten bovendrijven. Al fietsende, soms op een bankje zittend, zat ik dan wat voor mij uit te staren. Een fietser zag mij zitten en stapte af. Het bleek mijn oude legerpredikant te zijn. Begroeting over en weer. Hoe het met mij ging, vroeg hij. En of ik nog altijd een beetje tegendraads was? Ik vroeg hem of hij nog dominee was. Nou en of.
Hij nodigde mij uit om bij hem een dienst bij te wonen. Ik ben gegaan.

In de stilte die valt, dringen beelden zich aan mij op. Een man, niet los van God, zoekt zijn weg.
Een ontmoeting vindt plaats.
Ik schrik op van zijn stem.
“Je hebt beet man. Zit je te dromen?”

Die zondag bezoeken we de kerk.
Mijn vrouw zit rechts van mij.
Links Gerrit.
Met zijn volle ''rugzak'' naast me.
Zijn pet houdt hij in zijn hand.
Zijn blik is naar boven gericht.
De dominee neemt hem en ons mee in de preek.
De gelijkenis over de uitnodiging voor het bruiloftsfeest.
 

Als we die avond weer aan de waterkant zitten, hoor ik Gerrit mompelen:
“Geloven is best moeilijk.”

Ik knik en houd mijn blik op de dobber gericht.


Douwe Janssen

 

 

Mijn ''kleine'' wereld

In de zomer trekken we er graag op uit. Dingen waar ik  druk mee ben, vallen stil. We zoeken via internet  kleine campings uit, die we willen bezoeken. Onze eisen zijn niet groot. Graag viswater vlakbij en een mooie omgeving om te fietsen. We nemen genoegen met een minder luxe wasgelegenheid dan dat we thuis gewend zijn. Onze eigen vertrouwde buren ruilen we in voor tijdelijke. Het klikt meestal, maar soms niet. De ene keer is het uitzicht een caravan. Een andere keer kijk je uit over het  open veld.
Je ziet in het weiland schapen grazen. Er zijn er met een groene streep over hun rug. Andere zien er gewoon wollig uit. In het land ernaast grazen koeien. Hun tongen schuren de grassprieten af en slikken ze smakkend door. Om ze later, rustig liggend en herkauwend nog eens te proeven. In de verte steekt een kerktoren net boven de bosrand uit. Mijn vrouw zit in een tijdschrift te bladeren. Ik probeer woorden aan mijn gedachten te geven.
Wat is de charme van dit bestaan?
Zou het kunnen zijn dat de wereld meer overzichtelijk wordt? Je hebt geen TV. De krant downloaden lukt de ene keer wel, een andermaal niet. Toch heb je niet het gevoel dat je iets mist.
Irak en Syrië zijn ineens buiten je gezichtsveld geraakt. IS heeft zich teruggetrokken in belegerde steden. Mensen, die in kranten of tijdschriften  hun mening opdringen, zijn buiten beeld geraakt.
Je wereld is niet groter dan de fietsroute die je hebt uitgezocht. Of het plekje in de onderwal, waar je stoel net tussen het riet past, dat zachtjes met de wind meedeint. Je hoeft alleen maar goed op je dobber te letten, want die is je soms te snel af.
''s Zondags bezoek je een plaatselijke kerk. Je ontdekt dat elke gemeente haar eigen uitstraling heeft.
Mijn visbuurman vertelt me dat hij bezoek krijgt van zijn zwager.                                                          Hij is ernstig ziek. Alvleesklierkanker met uitzaaiingen.
Als ze samen aan de waterkant zitten, neem ik de man voorzichtig op. Hij krijgt letterlijk een gezicht voor mij. Zijn haar is ''modern'' gekapt: hij is glad geschoren. Van een paar meter afstand is er niets aan hem te zien. Wat een gek idee. Weten dat iemand de dood al in de ogen kijkt. Hoe gaat hij daar mee om?
Heeft hij gejankt, gebeden? Gevloekt misschien?
Waarom moet iemand van vierenvijftig zo jong sterven?
Mijn knusse kleine wereld stort ineens in.
Met een smak tuimel ik de werkelijkheid weer binnen.
Vluchten kan niet.
Verstoppen lukt me niet.
Je moet, of je wilt of niet, het leven onder ogen zien.
En God?
In de Bijbel staat, dat hij een nieuwe wereld zal scheppen. Hij heeft het beloofd.
De dood zal er niet meer zijn. Van ziekte heeft men geen weet.
Maar wat kan ''wachten'' lang duren.

Douwe Janssen

 

Geen visserslatijn


Daar zit je.
De steiger naar de kop van het Friese meer is smal.
Maar als je rustig blijf zitten, is het te doen.
Achter mij zijn net een stel Duitse zeiltoeristen aangeland. Het is avond. Hun boot ligt aangemeerd in het kleine haventje. Tijdens het aanmeren roept er een, dat hij wel een visje lust voor de barbecue. Ik beloof hem dat ik mijn best zal doen. Maar mijn dobber deint tot nog toe mee op de golven. Opeens is het zover, dat de dobber aanstalten maakt om te willen zakken. Bedenkt zich toch nog even, maar schiet dan weg. Een grote brasem, ik schat hem op vijftig centimeter, weet niet wat hem overkomt. Al draaiend, probeert hij zich te oriënteren. De Duitse zeilmensen zien het gebeuren. Een van hen pakt het schepnet en even later ligt de brasem op het matje. Vakkundig onthaak ik de vis. Dames kijken toe, met vraagtekens op hun gezichten. “Doet dit de vis niet zeer?”, vraagt er een. “Nee hoor, met zo''n klein haakje waar ik mee vis, voelt de vis er niets van,” zeg ik. “Eet u hem op?”, vraagt een ander. Als ik zeg dat ik hem weer te water ga laten, wil een van de dames dat graag doen. Met elkaar kijken we toe, hoe de brasem zich even bedenkt en dan met zijn staart zwaaiend, weer de diepte opzoekt. Ik wil opnieuw aas aan de haak doen, als door een stevige windvlaag, mijn dobber wegvliegt. De haak hecht zich in mijn vinger vast. Tangetje, even de lippen op elkaar, trekken…au… nogmaals… nee dus.
Bij levensbedreiging toetst u één. Bij andere zaken, toetst u twee. Waarmee kan ik u van dienst zijn? Haakje in de vinger en...
Uw naam…
Geboortedatum… even wachten… bent u duizelig… gebruikt u medicijnen… hartklachten…? Sorry, dat ik u onderbreek. Maar ik wil alleen graag even dat het haakje verwijderd wordt. Oké, ja vraagt u maar. Nee, geen suikerziekte. Nee, dit is de eerste keer. Goed, ik ben er over een uur.
Dan buigt de dokter zich over mijn vinger, met de haak erin. “Het lijkt me het beste dat ik het ga verdoven. Dat prikje voel je wel even, maar dan gaat het verwijderen gemakkelijker, zegt de dokter ”
Als de naald zich een weg zoekt in mijn vinger, om de botjes niet te raken, schiet mijn been omhoog. Mijn pijnreflexen werken schijnbaar goed.
Maar na vijf minuten voel ik niets meer van het verwijderen van het haakje.
Terwijl de dokter bezig is, hoor ik weer de vraag van de mevrouw. “Doet dit de vis niet zeer?” Ik kan uit ervaring zeggen, dat een haakje verwijderen geen pijn doet, maar dat je het niet eerst moet verdoven.
Douwe Janssen
 

 

 

Komt een man bij de dokter

 

“Dat is lang geleden,” zegt de dokter, “dat ik u op het spreekuur zie.”
“Klopt,” zegt de man. “Maar mijn vrouw drong net zo lang aan, zodat ik tenslotte de stoute schoenen heb aangetrokken.”
“Ja, de vrouwen,” bromt de dokter, “maar wat zijn de klachten?”

Ondertussen neemt de dokter de man voor zich op. Hij ziet er een beetje tobberig uit. Maar heeft geen erg bleek of rood gezicht. Wel zit hij met zijn vingers op de tafel te trommelen.

“Vertel eens, wat kan ik voor u doen?” vraagt de dokter opnieuw.

De man haalt zijn schouders op en zegt, “ik weet niet hoe ik het precies zeggen moet. Ik zit gewoon niet lekker in mijn vel. Ik slaap slecht en heb sinds kort last van lichte pijn op mijn borst. Ga dan zweten en voel me beroerd.”
“Trek uw hemd maar even uit,” zegt de dokter.
Hij beklopt de borst van de man. Luistert naar zijn longen. Meet de bloeddruk op.
Maar niets wijst erop dat er iets niet klopt.

De dokter vraagt naar het werk van de man.
Hij werkt op een kantoor, bij een groot bedrijf.
Of hij dat met plezier doet.

Hij vraagt verder hoe zijn huwelijk is.

Hij kent de vrouw van de man die tegenover hem zit. Zonder zich uit te laten wat hij van haar vindt. Zou het daar mee te maken kunnen hebben?

De dokter vraagt nog een beetje door. Humt wat, strijkt zich over zijn dunner wordende haarbos en pakt dan zijn receptenboekje. In doktershandschrift schrijft hij het recept uit.
“Alstublieft,” zegt hij, “haal dit maar even bij s de apotheek en probeer het maar eens uit.
Kom met veertien dagen weer terug.”

De man staat even later in de rij bij de apotheek. Levert zijn recept in en steekt het potje met pillen in zijn zak.
Thuis vraagt zijn vrouw wat de dokter heeft gezegd.

De man vertelt dat de dokter het niet precies weet, maar dat hij deze pillen moet gaan gebruiken.
Het liefst tijdens de maaltijd in nemen.

Als de man weer naar zijn werk is vertrokken, leest zijn vrouw het etiket op het potje.
Daarna de bijsluiter.

Vitamine ABC in een oplosbare capsule.
Drie vitamines in een capsule?
Waar zullen die goed voor zijn?

Nieuwsgierig als ze is, zoekt ze het op internet op.
Ze leest:
Vitamine ABC.
Ondersteunt het gevoel voor:
Aandacht, BELANGSTELLING, Compliment.

 Douwe Janssen

 

 

Wilt u meer van dit jaar klik dan even hier

        

Wilt u één van deze columns gebruiken, stuur dan een mail naar douwe@douwejanssen.nl

                      

 

 

 

 

Copyright © Douwe Janssen, e-mail: douwe@douwejanssen.nl

Laatst bijgewerkt: 17 oktober 2017